Geschiedenis van de Lawn Tennis Club Zutphen 1938-1988
Het begon zo……….
Op de plaats waar nu ons modern geoutilleerde tennispark ligt, waren in 1935 tennisbanen,
die geenszins aan de eisen voldeden. Samen met het huisje moesten ze weg.
Een bouwcommissie uit de gemeente Zutphen buigt zich in dat jaar over een eventuele
vervanging, waarbij veel over de kwaliteit gedebatteerd wordt.
De commissie komt tot de conclusie, dat in die tijd de aantrekkelijkheid van de stad eist, daar
waar particulier initiatief is genomen, op de gemeente de morele plicht rust om nieuwe
banen aan te leggen. "Men kan toch slecht gedogen, dat onze inwoners naar Warnsveld,
Gorssel en Deventer worden gedreven om deze sport, die in steeds wijdere kring ingang
vindt, te beoefenen". De commissie geeft aan, dat de exploitatie niet door de gemeente
maar bij voorkeur door een vereniging wordt gedragen. Zij adviseert "4 banen en een eigen
clubhuis met gemakken " aan te leggen.
B & W van Zutphen neemt het advies over en vraagt de Gemeenteraad voor de aanleg een
krediet van f. 19.602,-- ter beschikking te stellen. De huuropbrengst zal f. 1800,-- moeten
bedragen.
Op 10 januari 1935 schrijven Alex Struijck jr., Th.Hartong, G.C.Schillemans en Mr. W.F.
Tromp Meesters aan het College van B & W dat ze een voorlopig comité willen vormen voor
de oprichting van een zelfstandige vereniging tot exploitatie van de gemeentelijke
tennisbanen.
Enige stemmen uit de Gemeenteraadsvergadering van 11 januari 1935 : Raadslid van
Dongeren : "Uitgave van f. 19.602,--is in deze tijd niet te wettigen. Gaat het om een sport in
het algemeen, zoals voetbal, dan valt er zeker wat voor te zeggen. Tennis is voorbehouden
aan een kleine groep. Dit raakt niet het gemeenschapsbelang". Raadslid Paap : "Ik ben
verbaasd over de ongeveer f. 20.000,-- voor de upper-ten. Ik zal er echter niet te veel nadruk
op leggen en in beginsel geen tegenstander zijn. De opbrengst moet echter f. 2800,-- tot f.
3000,--bedragen om gedekt te zijn. Tot op de laatste cent moet het geld terug komen,
anders stem ik tegen". De burgemeester merkt verder nog op: "Doordat de paardensport is
verdwenen heeft onze stad aan aantrekkelijkheid ingeboet. Geef dus uw toestemming".
Uiteindelijk wordt het voorstel met 15 vóór en 2 stemmen tegen aangenomen. Op 5 februari
1935 geven Gedeputeerde Staten van Gelderland hun goedkeuring. De laagste inschrijver,
C.G.de Kroon uit Rheden, krijgt de opdracht volgens het "Voss"systeem 4 banen aan te
leggen en één van de red-coverbanen van een nieuw dek te voorzien. De banen (moet haast
wel een soort gravel zijn geweest) worden goedgekeurd door de Koninklijke Nederlandse
Lawn Tennis Bond en officieel als wedstrijdbaan erkend. 1/2
Op 6 december 1938 wordt de Lawn Tennis Club Zutphen opgericht en wordt op 8 januari
1939 door de KNLTB erkend als competitievereniging. Voorzitter is de heer Alex Struijck,
terwijl mej. A.A.Doornink als secretaresse optreedt. De contributie bedraagt f. 16,50 per
seizoen (half april tot 15 oktober). Bovendien betaalt ieder bij een uitwedstrijd zijn eigen
reiskosten + maximaal f. 1,50 per wedstrijd. Bij thuiswedstrijden wordt een persoonlijke
toeslag van f. 0,30 tot f. 0,75 geheven voor consumpties voor de tegenstander. Uiteindelijk
resulteert dit in een totale kostenpost van ongeveer f. 25,-- per persoon per seizoen.
Het wordt een wedstrijdgerichte club met een eerste team dat bestaat uit de dames
Doornink en Plekkenpol (later Diny Nöbel) en de heren J.H.Postma, A.Hielkema en
A.v.d.Meer. Er werd geballoteerd op spelniveau en dat is tot 1970 zo gebleven.
Over de bestuurssamenstelling in de oorlogsjaren '40-'45 hangt een waas. Er is niets meer
van terug te vinden. Met uitzondering van een foto uit september 1941. Daarop overhandigt
(waarschijnlijk) voorzitter Alex Struijck de beker aan de winnares(onbekend) van het
Berkeltoernooi. Vijfde van links Diny Nöbel. Herkomst foto onbekend.
Ook over de periode1945-1965 is bar weinig bekend. Noch de KNLTB, noch de
geraadpleegde "oudgedienden", noch het Regionaal Archief konden hierover uitsluitsel
geven. Notulen ontbreken geheel. Uit overlevering weten we dat na de oorlog Gerrit de Rooy
Alex Struijck opvolgde als voorzitter en rond 1950 Heinz Nöbel het voorzitterschap op zich
nam. Dat was ook de tijd dat een zekere heer Limburg en later de heer Hoefman de
onderhoudslieden waren op het park. En dat in 1956 het park werd uitgebreid tot 6
gravelbanen. In de jaren zestig wordt de Hanzehal geopend en gaan veel LTC-ers daar in de
winter spelen c.q. trainen. Wat wel het nodige aanpassingsvermogen eiste, vanwege de
wirwar van lijnen op de vloer. In die tijd wordt er getraind door trainer van Beem uit
Doetinchem, tot in 1956 Bert Bunt als trainer/parkbeheerder wordt aangesteld door de
inmiddels in het leven geroepen Stichting Tennispark Zutphen. Deze stichting had de
exploitatie van het tennispark op zich genomen (welk jaar onbekend), zoals in 1935 al werd
geadviseerd. De Gemeente Zutphen was eigenaar van de grond, die in erfpacht werd
uitgegeven aan de stichting, die op haar beurt de banen verhuurde aan wel 40
contractanten, waaronder de twee grote, de LTC en de ZTC met daarnaast de diverse kleine
clubjes. Die kleine clubjes moesten minimaal bestaan uit 12 leden en dan kon men een
dagdeel in de week huren, de morgen , de middag of de avond, voor f. 85,- per jaar per
dagdeel, dat was gemiddeld zo'n f.10,- p.p. per jaar. Aangezien er geen enkele controle
werd uitgeoefend op het aantal leden werd hier grootschalig mee gesjoemeld, zoals achteraf
bleek. LTC was nog steeds een competitievereniging, men balloteerde op spelniveau, de ZTC
balloteerde op sociale status, dus een club voor de elite. Beide verenigingen hadden een
jeugdafdeling. Het was in die tijd moeizaam als nieuwkomer in Zutphen de tennissport te
beoefenen. Bij de LTC kwam het zelfs voor dat als je als jeugdlid de senior leeftijd bereikte en
je onvoldoende niveau had je het lidmaatschap op moest zeggen. Als je als senior lid 2/3
wilde toetreden moest je minstens drie maal voorspelen, onder het toeziend oog van de
voorzitter, de trainer en minimaal een lid van het bestuur.
Het tennispark bestond in de jaren zestig uit 6 gravelbanen met een houten keet als
"clubhuis" dat boven op een heuveltje was gesitueerd. Met links de dameskleedkamer, rechts
de herenkleedkamer en daar tussen in de "bar", een houten plank met daar achter een schap
met de kopjes en de glazen. Koffie was toen nog 'Moccona"en er werd alleen maar "fris "
geschonken. Veelal de dames, toen nog in lange rokken, brachten hun eigen thee mee ,die
naast de keet werd opgedronken. Ook het douchen was een ceremonie op zich . In de
kleedkamer moest je dan heel hard op de houten wand timmeren. Dan draaide Bert Bunt de
kraan van de geyser open die in het midden van de keet stond. Wilde je als heer douchen dan
moest je wachten tot de damesdouche uit was. Tegelijk was onmogelijk. Daar kwam nog bij
dat de afwas nog "handwerk" was, zodat er regelmatig gebons en getier opsteeg uit de
kleedkamers als het warme water voor de afwas werd gebruikt.
In de jaren zestig bestond het bestuur van de LTC Zutphen uit voorzitter Heinz Nöbel,
secretaris Hans Vach, penningmeester Carel van der Heide en bestuurslid Piet van der
Meulen. In die tijd was de manier waarop men bestuurde heel anders. Men bepaalde wel het
beleid, maar de uitvoering daarvan liet men het liefst aan anderen over. Een voorbeeld
daarvan was de reeds genoemde Stichting Tennispark Zutphen. Het innen van de pacht had
men overgelaten aan de sportzaak Harbach, die het op zijn beurt had uitbesteed aan het
echtpaar Bunt. In de praktijk kwam het er op neer dat Hil Bunt elk jaar alle contracten op
moest maken op een gammele typemachine, zonder dat daar enige vergoeding tegenover
stond. Voor de geleverde" prestatie" mocht Harbach dan de tennisballen leveren, die de LTC
als competitie vereniging gratis verstrekte aan haar leden. In die tijd hoefde je je nooit zorgen
te maken over ballen, je kon de clubballen gebruiken. Wel was er de eeuwige discussie of ze
nog wel goed genoeg waren. Meestal werden ze tot op de draad versleten. Een van de
grootste taken van het bestuur vond men het indelen van spelers op de banen die van de
Stichting gehuurd waren. De LTC speelde op de dinsdagavond, de woensdagmiddag(jeugd) ,
de donderdagavond, de zaterdagmiddag en zondag de hele dag op 4 banen(competitie).
Steevast kwam Heinz Nöbel , als voorzitter, op de clubavonden persoonlijk de mensen indelen
in groep A (de betere spelers) en groep B (de mindere). Per groep rackets husselen en dan
moest er gespeeld worden. Natuurlijk werden er nog wat andere dingetjes geregeld en de
ledenvergadering was ook een must. Alles werd ad hoc beslist, notulen werden nooit
gemaakt, zelfs van de ledenvergadering veelal niet.
Langzamerhand veranderde dat toen in 1966 twee twintigers, Annemarie Boekaar en Hans
Verlaak, die op de ledenvergadering kritisch waren geweest op deze elitaire tijdgeest,
toetraden tot het bestuur. Zij streefden naar één grote parkvereniging met een competitie-
element en een gelijkwaardig recreatief-element. Dat was eigenlijk vloeken in de kerk. 3/4
Zij werden door de gevestigde orde beschouwd als jonge honden met een bedreigend
gedachtegoed. Zij wisten het bestuur er uiteindelijk van te overtuigen dat het roer om moest
en stelden een model concept op hoe zo'n vereniging er uit zou moeten zien. Een concept dat
zelfs de KNLTB grotendeels omarmde. Een eigen park met één grote vereniging, zodat je zelf
toernooien kunt organiseren, de jeugd kunt begeleiden, activiteiten kunt ontwikkelen. Het
bestuur moest ondersteund worden door diverse commissies, zoals een competitie
commissie, een jeugdcommissie, een activiteitencommissie, een onderhoudscommissie, een
feestcommissie, een redactie voor een clubblad, een bouwcommissie. Van elke commissie
zou de voorzitter in het bestuur plaats nemen.
Pas in de ledenvergadering van januari 1970, waarin Hans Verlaak tot voorzitter werd
benoemd, gaven de leden toestemming dit plan uit te voeren. Het bestuur werd aangevuld
met Henk Brandenbarg en Cor ten Cate. Annemarie Boekaar en Carel van der Heide
completeerden het bestuur. Een jaar later alsnog aangevuld met Harry Wieten en Gijs de
Jong. Het was een mooi plan, maar hoe voer je het uit als je afhankelijk bent van derden?
Het bleek dat de kleine clubjes fel tegen waren.
Opgaan in een grote club en dan veel meer betalen dan ze tot dan toe deden, geen sprake
van. Ook de ZTC was niet van plan tot enige medewerking . Een samenvoeging van de twee
jeugdafdelingen was de enige concessie. Dat verminderde hun zorgen. Maar toch was dat
een eerste stap. Alle jeugd viel voortaan onder de hoede van de LTC. Er werd gezamenlijk
getraind en doorstromen naar de senioren was verzekerd. Ook op het Gemeentehuis was
men negatief, waarschijnlijk omdat een paar wethouders de kleine clubjes bevolkten.
Argument was dat iedereen vrijelijk moest kunnen tennissen en er geen verplichting tot
lidmaatschap behoorde te zijn. Na lang gesteggel konden we met de Stichting Tennispark
Zutphen afspreken dat alle vrij komende banen aan de LTC werden toegewezen. Een
stroperig proces, maar het was wel het begin van meer banen, dus steeds meer leden en een
sterkere onderhandelingspositie. Er werden commissies ingesteld,de ballotage opgeheven,
het elitaire karakter beëindigd, een clubblad ingericht, feesten georganiseerd, recreatie
toernooien gehouden enz., zodat er een enthousiaste groep vrijwilligers ontstond die de
basis vormde van de figuurlijke verbouwing van de LTC. Van wedstrijdclub tot een wedstrijd-
en recreatie club. Een bruisende vereniging met veel zelfwerkzaamheid. Daarnaast werd ook
de letterlijke verbouwing ter hand genomen. Er moest een nieuw clubhuis komen. De
bouwtekeningen worden gemaakt door architect Jan Brinkman uit Warnsveld. De behoefte
aan een fatsoenlijke accommodatie wordt zo groot dat het bestuur besluit te gaan bouwen
ondanks dat de goedkeuring van de gemeente ontbrak. Dus illegaal. Een groot risico, maar
omdat de ZTC en de kleine clubjes, waarin een paar wethouders speelden, er ook gebruik van
maakten, durfde het bestuur dit aan en dat ging achteraf zonder problemen. Harry Wieten,
voorzitter van de Bouwcommissie, werd de grote animator. Bouwbedrijf Reusken kreeg de
opdracht. Kosten f.90.000,- . Er werden renteloze obligaties onder de leden uitgezet en de
rest geleend van de Nederlandse Middenstandsbank (nu ING). In het voorjaar van 1978 (4/5)
is de officiële opening van het clubhuis. Tijdelijk werd ernaast de kantine een barak van
voorheen het Walburgis Ziekenhuis gebruikt als kleed- en doucheruimte.
Om de communicatie met de leden te optimaliseren zag al in 1973 het clubblad "de
Snarenklapper" het levenslicht. De naam werd bedacht door Gijs de Jong. De eerste
hoofdredacteur was Jan Kruithof. Het had nogal wat voeten in de aarde vóór zo'n nummer
uit kwam. Alles uittypen, handmatig dupliceren en nieten kosten menig avondje inspanning
en dan de bezorging nog, maar dan wel door andere vrijwilligers. In maart 1976 wordt de
voorpagina gewijzigd. Op de cover heeft Ida Jacobs het oude clubhuis in een racketblad
getekend, een van de weinige afbeeldingen van deze keet. Rond 1990 krijgt het clubblad nog
een splinternieuw jasje. Een luchtfoto van het hele park. In het digitale tijdperk sterft de
Snarenklapper een zachte dood.
In 1979 kwam de grote doorbraak. Steeds meer kleine clubjes gaven er de brui aan en ook de
ZTC kreeg te maken met leegloop, zodat zij eind van dat jaar alle banen opzegden en met een
kleine groep gelijkgestemden banen huurden bij het Jachthuis in Warnsveld en de Kieftskamp
in Vorden. Eindelijk is de LTC, na tien jaar moeizaam overleg, op 1 januari 1980 de enige
huurder op het park en is ze vrij haar idealen verder uit te bouwen. Dat is voor Annemarie
Boekaar en Hans Verlaak het moment om hun bestuursfuncties over te dragen, hun
doelstelling is behaald. LTC baas in eigen huis en een ledental dat gegroeid is van 70 naar
700 leden.
De figuurlijke verbouwing van de LTC is hiermee afgerond.
Peter de Haan wordt de nieuwe voorzitter, echter maar voor een jaar, aangezien zijn nieuwe
baan niet te combineren valt met het voorzitterschap. Maar de plannen voor de letterlijke
verbouwing gaan door. Die mag Harry Wieten, als de nieuwe voorzitter, uitvoeren en dat
doet hij met verve. Op zaterdag 9 mei 1981 verricht burgemeester J.J.Roeters van Lennep de
officiële opening van het gerenoveerde park. De zes oude gravelbanen zijn vervangen door 5
nieuwe gravelbanen en 2 " all-weather" banen met verlichting, een automatische sproei
installatie en een oefenmuurtje. Dus in plaats van zes zijn het zeven banen geworden. Door
de verlichting kan er s'avonds langer doorgespeeld worden en op de all-weather kan in de
winter gespeeld worden. Hierdoor kan de gevreesde ledenstop vermeden worden. Kosten van
deze renovatie f. 320.000,-. Er is echter nog behoefte aan kleedkamers en een
vergaderruimte. De oude barak van het Walburgis ziekenhuis wordt voor f. 2.000,- verkocht
en op 16 april 1983 opent wethouder Frans van de Beukel de nieuwe aanbouw. Kosten
f. 150.000,-. Het tennis op de all-weather banen in de winter is zo'n succes dat men naar
mogelijkheden zoekt om de andere banen ook s'winters bespeelbaar te krijgen. Een
spiksplinternieuwe ontwikkeling is het kunstgras. Met als grote voordeel bijna geen
onderhoud, langere levensduur, s'winters ook bespeelbaar en de mogelijkheid om in ledental
te groeien. Uitbreiding van het park is op de Leeuweriklaan is uitgesloten.
5/6
Op 4 juli 1985 roept het de bestuur de leden op om in een extra ledenvergadering zich uit te
spreken over de keuze van kunstgras. Op die vergadering blijkt dat een aantal
competitiespelers een uitgesproken voorkeur hebben voor gravel en de recreanten kiezen
vrijwel unaniem voor kunstgras. Kunstgras krijgt na een stevige discussie de voorkeur. Eind
1985 is het park getransformeerd in 7 kunstgrasbanen met nieuwe verlichting. Kosten
f. 225.000,-. De LTC was hiermee één van de eerste verenigingen in Nederland met
kunstgras.
De letterlijke verbouwing van de LTC is hiermee ook afgerond.
Eind jaren vijftig was er al een eens een korte uitwisseling geweest met de stad Münster,
maar in de jaren zeventig ontstaat er een vriendschapsuitwisseling met de Duitse stad
Iserlohn in het Sauerland, die vele jaren heeft geduurd. Aanvankelijk in privé opgezet door
Gijs de Jong, die op een vakantie in Italië Karlo Bohn had ontmoet. Beide fanatieke tennissers
wisten een veertigtal clubgenoten op te trommelen en zo werd er het ene jaar in Zutphen,
het andere jaar in Iserlohn een weekend georganiseerd waarop de clubs elkaars krachten
konden meten. Met de nodige festiviteiten er omheen. Tegelijkertijd werd door Siem
Koopman, als drijvende kracht, in dat zelfde weekend een uitwisseling met onze
zustervereniging Steenderen georganiseerd. Een zelfde succes is de wintercompetitie voor
clubleden in deze periode. In de vorm van teams bestaande uit minimaal 4 dames en 4
heren met een uiteenlopend spelniveau, gelijkelijk verdeeld over de teams. Gespeeld wordt er
op 4 banen op de dinsdag-, woensdag- en donderdagavond. Naast het Berkeltournooi in de
zomer organiseert de wedstrijdcommissie het Krokustournooi in het voorjaar, maar ook rond
1 april een cocktailtournooi om nieuwe leden op te vangen en rond 1 oktober zo'n zelfde om
afscheid van de zomer te nemen, met diverse feestelijkheden. Kortom activiteiten te over.
Begin 1986 wordt Yde Potma de opvolger van Harry Wieten. Yde start met een prachtig
modern tennispark, maar ook met een financiële last. Immers er is in de afgelopen zeven jaar
voor f. 785.000,- geïnvesteerd. Weliswaar goed overwogen , maar er zijn en er komen
onvoorziene ontwikkelingen in de tennissport. De strijd om de leden begint zich te
ontwikkelen, omdat er in de voorgaande jaren drie tennisclubs zijn bijgekomen, de Stoven,
Welgelegen en de Hoven en er eigenlijk een overschot aan banen is ontstaan in het
Zutphense. Daar komt nog bij dat de tennissport in heel Nederland zijn grootste groei heeft
gehad. Aanvankelijk heeft de LTC hier geen last van. Maar aan het eind van zijn
voorzitterschap(1990) gaat Yde zich hierover zorgen maken. Het ledental begint, weliswaar
langzaam, terug te lopen, maar toch. Daar komt nog bij dat de LTC de hoogste contributie
van de Zutphense tennisverenigingen vraagt. Ook blijkt dat de eerste generatie kunstgras de
door de producent beloofde 15 jaar levensduur waarschijnlijk niet gaat halen. Door een flink
aantal jaren van gedwongen zuinig beleid weet de LTC weer financieel gezond te worden.
In 1987 is het competitie-element door de toestroom van recreanten binnen de LTC wat op de
achtergrond geraakt. Weliswaar spelen er twee teams in de Overgangsklasse A, zeg maar
de derde divisie in Nederland. Men wil dat competitie -element gaan versterken.
6/7
Ook al omdat er binnen de club al A-spelers rondlopen, bij de heren Erik Koers en bij de
dames Anneloes Schothorst. Wordt er niets gedaan dan zoeken die talenten hoger spelende
verenigingen op. De gedachte is een leidinggevende rol in de regio in te nemen, zodat
talenten uit de regio naar de LTC komen. Zolang dat proces niet voldoende topspelers
oplevert, moeten er spelers van buitenaf aangetrokken worden. Uitgangspunt is dat de
vereniging geen enkel financieel risico mag lopen en er zelfs voordeel uit trekt. In de
Algemene Ledenvergadering van 9 december 1987 stelt Yde Potma de leden voor een
commissie Toptennis te benoemen, met als leden de twee oud-voorzitters, Hans Verlaak en
Harry Wieten, en Ad ten Bosch als voormalig topspeler en Carel van der Heide. Later
aangevuld met Eduard de Voogd en Jan Bokhorst. De vergadering eist volstrekte scheiding
van de vereniging. Als de commissie aangeeft een aparte rechtspersoon op te willen richten
gaan de leden akkoord. Zo ontstaat de Stichting Toptennis Zutphen. De stichting opereert op
deze manier volkomen zelfstandig en onafhankelijk. Er worden sponsoren aangetrokken om
alles financieel rond te krijgen, zoals Tessa Kaas, Ruesink Citroën, Bührmann-Ubbens,
Schuurman Mode. Als trainer wordt aangesteld Auke Dijkstra en een jaar later Hans
Arnoldus. De vereniging krijgt voor het gebruik van de banen als compensatie dat de
opleiding en training van de jeugd voor rekening van de stichting komt. Achter de huidige
banen 1 en 2 wordt een tribune gebouwd. Ad ten Bosch werpt zich op als coach en
begeleider van het eerste team, later volgt Hans Brusse hem op met Els Hazewinkel als
fysiotherapeute. Zo zijn de voorwaarden geschapen om toptennis in Zutphen te
aanschouwen. Het niveau wordt zelfs zo hoog dat de eredivisie in zicht komt. Groenekan uit
Utrecht weet een paar jaar later de entree in de eredivisie door de promotiewedstrijd met
één set voorsprong te voorkomen. In de jaren negentig, toen de grote sponsoren afhaakten,
het draagvlak binnen de vereniging afbrokkelde en de animo voor de zondagcompetitie
afvlakte, werd de stichting opgeheven.
1988 is het jaar van het 50-jarig bestaan. Het wordt groots gevierd. Allereerst is er de
jubileumvergadering, op de dag af 50 jaar na de oprichting, dus op 6 december 1988. Een
druk bezochte ledenvergadering in de Hanzehof, waarin Bert Bunt tot erelid werd benoemd,
het bestuur zich in een hilarische act presenteerde als"de zeven zonen van Abraham", een
persiflage op het besturen. Verder deelde Sinterklaas (Henk Scholten) presentjes uit aan de
vele actieve vrijwilligers binnen de club en het slotakkoord was het nieuwe clublied (tekst
Riny Dullaert, op muziek gezet door Harry Wieten) uit volle borst gezongen door de
aanwezigen. Op 21 januari 1989 is het grote jubileumfeest in de buitensociéteit. s'Middags
voor de jeugd, een receptie voor genodigden in het clubhuis en s'avonds (weer in de
buitensoos) een L-euke T-och C-ritische talkshow met Siem Koopman en Chris Marsman in de
hoofdrollen. Verder treden op het trio Harry Wieten, de JoJo's (Jo van Unen en Jo ter
Schegget), de kunstfluiter Henk Scholten, de twee Pinten (Gé Kerkdijk en Coen Diseraad) ,7/8
diverse LTC mannequins in een show van modehuis Brinkmann en zanger Ko Hagendoorn.
Allen LTC-ers. Van deze avond heeft Henk Scholten een uitgebreid filmverslag gemaakt.
Zo eindigt het : …….…….. de eerste 50 jaar van het leven van de Lawn Tennis Club Zutphen,
met nog oneindig vele jaren in goede gezondheid in het vooruitzicht.
Opgetekend uit een aantal oude nummers van de Snarenklapper, uit interviews met een
aantal voorzitters en "oudgedienden", uit gesprekken met Hil Bunt en Han Dullaert (ruim 60
jaar lid) en uit bezoeken aan het Regionaal Archief in Zutphen.
Hans Verlaak.
SEPTEMBER 2014.